Monthly Archives: March 2010

Het sieraad in context, promotie Marjan Unger

Marjan Unger draagt hier haar iegen proefschrift als collier

Marjan Unger: ‘Alle menselijke lusten en lasten zijn in sieraden gematerialiseerd.

Marjan Unger is kunsthistorica en publiciste. In 2004 schreef Unger het standaardwerk ‘Nederlandse sieraden in de 20ste eeuw bij Uitgeverij Thoth in Bussum; een zeer lijvig boek met een fantastisch overzicht van Nederlandse juwelen uit de 20ste eeuw.

Aanstaande woensdag, 17 maart 2010 zal Marjan Unger aan de Universteit van Leiden promoveren op een multidisciplinaire beschouwing van het sieraad. Unger beschrijft “Sieraad in context” en behandelt de sociale aspecten van het sieraad, de driehoeksverhouding tussen maker, drager en beschouwer, modegeschiedenis en symboliek.

Ter gelegenheid van haar promotie schenkt Unger haar eigen collectie van 500 Nederlandse sieraden aan het Rijksmuseum. De collectie is geschiedkundig verzameld en niet op vormgeving en heeft als zwaartepunt de periode 1930-1970. Volgens het Rijksmuseum sluit de verzameling sluit naadloos aan bij hun collectie en kan het museum kan nu een overzicht tonen van het Nederlandse juweel! Wij hopen dan ook dat het Rijksmuseum haar prachtige juwelen uit het depot haalt. Een kleine selectie van de verzameling is vanaf 16 maart te zien in het museum.

Promotie woensdag 17 maart
Marjan Unger-de Boer, Sieraad in context
Promotoren: prof.dr. T.M. Eliëns en prof.dr. C.W. Fock

Pillenbroche van Paul Derrez, ca 1997, kunststof en metaal.

Touwtjesspringer, broche van Chis Steenbergen, 1954, in zilver en goud.

smit

Sleeping Beauty van Robert Smit, rond 1990, gouden hanger en ketting.

Advertisements

Een Schotse Arts and Crafts hanger door James Cromar Watt

‘Arts and Crafts Movement’

De sieraden van de Schotse James Cromar Watt hebben een individuele en daardoor herkenbare stijl. Zijn werk sluit aan bij dat van zijn Franse collega’s en onderscheidt zich daardoor van de kunstenaars van de ‘Arts and Crafts Movement’ .

De hier getoonde hanger is daar een duidelijk voorbeeld van. De hanger die James Cromar Watt rond 1900 ontwierp is een van de zeldzame voorbeelden van de Schotse art nouveau die, net als dezelfde stijl in Engeland, werd aangeduid met ‘Arts and Crafts Movement’.

Het bestaat uit twee pendants, versierd met gestileerde draken van goud, met opaliserend blauw en groen email cloisonné en gouden en zilveren ‘paillons’. De pendants zijn verfraaid met vijf onregelmatig gevormde zwarte opalen, alles in 15 karaat goud gezet. Aan de achterzijde draagt de hanger het signatuur van James Cromar Watt: een verweven JCW.

James Cromar Watt

Medaille van verdienste James Cromar Watt, door zijn familie ‘Jimmy’ genoemd, werd in 1862 in Aberdeen geboren. Zijn vader was klerk op een advocatenkantoor, zijn moeder stamde uit een klokken- en horlogemakersfamilie. Na drie jaar grammarschool ging hij in de leer bij het Aberdeense architectenbureau W. and J. Smith, waar hij o.a. in 1884 een serie bijzonder fraaie, zeer gedetailleerde maattekeningen uitvoerde van Schotse religieuze gebouwen zoals King’s College Chapel en de Aberdeen University, met al hun gebeeldhouwde versieringen. Deze precisie-uitvoeringen van ornamentiek zouden hem later zeer van pas komen bij het ontwerpen van zijn juwelen. Voor zijn oeuvre van Schotse architectuurtekeningen kreeg hij de medaille van verdienste, hem uitgereikt door het Royal Institute of British Architects.

Vanaf 1886 ging hij buitenlandse reizen maken, alle met zijn vriend voor het leven: R. Douglas Strachan. Eerst naar België en Duitsland, vervolgens naar Italië en Griekenland. En overal maakte hij gedetailleerde architectuurtekeningen. Hij werd hoe langer hoe meer aangetrokken door de toegepaste kunsten, waardoor hij zich, als leerling van de Glasgow School of Art, ging toeleggen op het bewerken van metalen en het toepassen van emails. Ook de kunst van cloisonné (draadwerk in email) en granuleren (bolletjesdecoratie, door onzichtbaar solderen) kreeg hij onder de knie. Inspiratie in de natuur In 1898 creëerde hij religieuze ‘rondels’ en objecten voor de kapel van St. Mary of Pity in de East Parish Church van St. Nicholas in Aberdeen en in 1899 afscheidsgeschenken voor dr. James Cooper, dominee van diezelfde kerk. Dit waren zijn eerste objecten in geëmailleerd zilver. In 1898 vervaardigde hij ook een geëmailleerd portret van zijn moeder, met om de hals een rood geëmailleerde hanger in de vorm van een asymmetrisch hart, een later veel gebruikt thema. Een beroemde emailleur uit die tijd was Alexander Fisher, die wijd en zijd lezingen gaf en het is niet onmogelijk dat Watt die bijgewoond heeft.

Herkenbare stijl

Het is als ontwerper en uitvoerder van juwelen – vooral van hangers en colliers – dat James Cromar Watt zijn bekendheid verwierf. Zijn favoriete vorm was die van het collier: uitgebalanceerd, symmetrisch en traditioneel door de verbindingen van boogkettinkjes, nog volgens het negentiende-eeuwse principe, maar wild en kunstzinnig door de elementaire tussenstukken van symmetrische en asymmetrische, met geslepen edelstenen bezette hangers. Zijn inspiratie vond hij, evenals de Franse art-nouveaukunstenaars, in de natuur. Evenals Georges Fouquet en René Lalique, maar verder als weinig andere kunstenaars, gebruikte James Cromar Watt, als enige ‘eilandbewoner’ ‘paillons’ in het email: kleine deeltjes goud en zilver folie, die het opaliserend email extra uitstraling verlenen. Bovendien paste hij, zoals de Franse art-nouveaukunstenaars, opalen in zijn creaties toe. In 1902 exposeerde hij met Phoebe Traquair in de Schotse inzending op de wereldtentoonstelling in Turijn. In een catalogus voor de Aberdeen Artists Society werden 45 hangers, 13 broches, 11 colliers, ringen en haarsieraden genoemd. Toch is het niet duidelijk waar die zijn gebleven. Er is namelijk maar zeer weinig van het oeuvre van James Cromar Watt op de markt verschenen. Overigens maakte hij schetsboeken vol ontwerpen, die gelukkig wel bewaard zijn gebleven. Krachtige en individuele stijl De hier afgebeelde, fraai uitgevoerde hanger met zijn beroemde opaliserend email met paillons heeft het (zeldzame) niet zo vaak voorkomende thema draken.

schetsboek James Cromar Watt

De sieraden van James Cromar Watt hebben een eigen, herkenbare, krachtige en individuele stijl. Bijzonder is dat hij zich, net zoals de grote Franse meesters, inspireerde op de natuur en zijn creaties uitvoerde in 15 karaat goud (de Fransen in 18 karaat goud). De overige kunstenaars van de Engelse ‘Arts and Crafts Movement’ voelden zich meer thuis bij het gebruik van zilver en lieten zich vaker inspireren door geometrische en Keltische motieven.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verrichtte James Cromar Watt mysterieuze diensten voor de Engelse geheime dienst. Hij stopte toen abrupt met het ontwerpen en vervaardigen van juwelen en pakte zijn oude hobby van het maken van reizen weer op. Ook verzamelde hij, evenals Henri Vever, Japanse en Chinese kunst. Daarnaast legde hij een collectie aan van Venetiaans glas en familieportretten. Veel van die objecten verwierf hij tijdens zijn reizen. Hoe hij al die reizen en kunstobjecten financierde blijft duister. Omdat hij nooit trouwde en dus geen nageslacht had, schonk hij zijn collectie aan de stad Aberdeen.

collier James Cromar Watt